Thread View: bit.lang.neder-l
1 messages
1 total messages
Started by BJP Salemans
Wed, 22 Jul 1998 00:00
Neder-L, no. 9807.b
Author: BJP Salemans
Date: Wed, 22 Jul 1998 00:00
Date: Wed, 22 Jul 1998 00:00
636 lines
33484 bytes
33484 bytes
*********************
*-Zevende-jaargang--------- Neder-L, no. 9807.b -----------ISSN-0929-6514-*
| |
| ************************************************************ |
| * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek * |
| ************************************************************ |
| |
| Onderwerpen in dit bulletin: |
| ============================ |
| (1) Rub: 9807.12: Evenementen-agenda, met: |
| - Colloquium Henri Sweet Society, 16-19 sept. (A'dam) |
| - Voorleesavond vrouwenliteratuur, 10 sept. (idem) |
| - Lezing over vrouwen in de literaire |
| geschiedschrijving, 11 sept. (idem) |
| (2) Rub: 9807.13: Rubriek Hora Est!, juli 1998: overzicht promoties van |
| mei en juni 1998 |
| (3) Lit: 9807.14: Pas verschenen: Jaarboek Maatschappij der Nederlandse |
| Letterkunde te Leiden 1996-1997 |
| (4) Lit: 9807.15: Pas verschenen: Jaarverslag 1997 Constantijn Huygens |
| Instituut |
| (5) Lit: 9807.16: Pas verschenen: R. van Gelder, J. Parmentier en V. |
| Roeper (red.). Souffrir pour parvenir. De wereld van |
| Jan Huygen van Linschoten. |
| (6) Lit: 9807.17: Pas verschenen: Jaarboek voor Nederlandse |
| Boekgeschiedenis 5 (1998) |
| (7) Col: 9807.18: Column Marc van Oostendorp: NederNed, no. 23: |
| Sittardse Diftongering |
| (8) Col: 9807.19: Column Willem Kuiper, no. 40: Tussen de Elve ende de |
| wat? |
| (9) Informatie over Neder-L |
| |
*-------------------------- --------------------------*
*********************
(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
# Date: Sat, 18 Jul 1998 17:48:48 +0200
# From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
# Subject: Rub: 9807.12: Evenementen-agenda
==================
Evenementen-agenda
==================
----------------------------------------------------------------
AMSTERDAM.
----------------------------------------------------------------
15e jaarlijkse colloquium van de Henry Sweet Society for the History of
Linguistic Ideas, 16-19 september 1998.
# Op dit congres van historisch-taalkundigen spreken Reinier Salverda
(Londen), R. Schreyer (Aken), S.A. Romaschko (Moskou), L. Kelly
(Cambridge), M.J. van der Wal (Leiden), P. Loonen (Groningen) en
J.M. Morris (Londen). Nadere informatie is te verkrijgen bij Robin
Smith, Opleiding Engels, RUL, Postbus 9515, 2300 RA Leiden,
071-5272151, fax 5272149, e-mail: rdsmith@rullet.leidenuniv.nl.
(Zie ook: Neder-L 9805.29.)
----------------------------------------------------------------
AMSTERDAM, P.C. Hoofthuis, Spuistraat 134.
----------------------------------------------------------------
Voorleesavond vrouwenliteratuur, 10 september 1998, 19.30 uur.
# In het kader van het internationale KNAW-colloquium 'Met
lauwerkrans? Writing the history of women's literature' organiseert
de Stichting Vrouwengeschiedenis van de Vroegmoderne Tijd een
voorleesavond waar de teksten uit 'Met of zonder lauwerkrans'
centraal staan. Toegang: f.5,-; niet-leden f.10,-. Nadere
inlichtingen: Suzan van Dijk, Leerstoelgroep Franse Letterkunde,
Spuistraat 134, 1012 VB Amsterdam, 020-5254481, e-mail:
suzan.van.dijk@hum.uva.nl.
----------------------------------------------------------------
AMSTERDAM, Trippenhuis, Kloveniersburgwal 29.
----------------------------------------------------------------
Lezing over vrouwen in de literaire geschiedschrijving, 11 september
1998, 14.30 uur.
# In het kader van het internationale KNAW-colloquium 'Met
lauwerkrans? Writing the history of women's literature' organiseert
de Stichting Vrouwengeschiedenis van de Vroegmoderne Tijd een
openbare lezing over de vraag hoe vrouwen in de literaire
geschiedschrijving opgenomen dienen te worden. Toegang studenten:
f.10,-; overigen f.25,-. Opgave voor deelneming bij de KNAW, t.a.v.
mevr. M. Giribaldie, Postbus 19121, 1000 GC Amsterdam.
(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
# Date: Sat, 18 Jul 1998 17:48:48 +0200
# From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
# Subject: Rub: 9807.13: Rubriek Hora Est!, juli 1998: overzicht
# promoties van mei en juni 1998
========================================
Rubriek Hora Est!, juli 1998:
Overzicht promoties van mei en juni 1998
========================================
11 mei 1998
Roland de Bonth: De Aristarch van 't Y. De 'grammatica' uit Balthasar
Huydecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde.
Promotor: prof. dr. G.R.W. Dibbets, KUN.
(Zie Neder-L 9804.15.)
11 mei 1998
Ingrid Weekhout: Boekencensuur in de Noordelijke Nederlanden. Een
verkennend onderzoek naar de vrijheid van drukpers gedurende de
zeventiende eeuw.
Promotor: prof. dr. J.A.H.G.M. Bots, KUN.
(Zie Neder-L 9804.15.)
29 mei 1998
Ton van Kalmthout: Muzentempels. Multidisciplinaire kunstkringen in
Nederland tussen 1880 en 1914.
Promotor: prof. dr. W. van den Berg, UvA.
18 juni 1998
Johan Koppenol: Leids heelal. Het Loterijspel (1596) van Jan van Hout.
Promotor: prof. dr. F.P. van Oostrom, RUL.
23 juni 1998
Jan Oosterholt: De ware dichter. De vaderlandse poeticale discussie in
de periode 1775-1825.
Promotor: prof. dr. W. van den Berg, UvA.
25 juni 1998
Anneke M. Nunn: Dutch orthography. A systematic investigation of the
spelling of Dutch words.
Promotor: prof. dr. A.H. Neijt-Kappen, KUN.
(Zie Neder-L 9807.08.)
(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
# Date: Thu, 2 Jul 3 1998 12:10:06 +0200
# From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
# Subject: Lit: 9807.14: Pas verschenen: Jaarboek Maatschappij der
# Nederlandse Letterkunde te Leiden 1996-1997
===================================================================
PAS VERSCHENEN:
Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te
Leiden 1996-1997. Leiden: Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,
1998. x + 203 blz.
===================================================================
Naast de zakelijke gegevens met de juryadviezen en toespraken bij de
diverse prijzen van de Maatschappij en de verslagen van de
jaarvergadering en de diverse commissies bevat dit jaarboek de jaarrede
van voorzitter E.K. Grootes, getiteld '"Ter begraefenisse van den
hooghgeleerden heere, Peter Schryver"; iets over de ontstaanssituatie
van gelegenheidspoezie in de zeventiende eeuw'. Grootes biedt in deze
rede een aardig kijkje achter de schermen bij het ontstaan van Vondels
lijkdicht op Scriverius.
De rubriek Mengelingen bevat twee artikelen: Bart Jan Spruyt over
'"Daemon en anti-daemon"; de vriendschap tussen Geerten Gossaert en
Rudolf Alexander Schroeder' en Nop Maas over 'Documenten over De
Nederlandsche Spectator'.
Ten slotte bevat het jaarboek de Levensberichten van theoloog Hendrikus
Berkhof, medioneerlandicus Norbert de Paepe, ideeenhistoricus Paul
Dibon, uitgever M.D. Frank, onderwijskundige P.J. Idenburg, classicus
en wethouder van Amsterdam P.J. Koets, literair-historicus en
taalkundige van het Afrikaans P.J. Nienaber, pedagoge Helena Stellwag
en de Leidse gemeentearchivaris Anna Versprille.
(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
# Date: Thu, 2 Jul 3 1998 12:10:06 +0200
# From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
# Subject: Lit: 9807.15: Pas verschenen: Jaarverslag 1997 Constantijn
# Huygens Instituut
===============================================================
PAS VERSCHENEN:
Jaarverslag 1997 [van het] Constantijn Huygens Instituut voor
tekstedities en intellectuele geschiedenis [van de] Koninklijke
Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Den Haag: CHI, 1998. 57
blz. Ills.
===============================================================
Het jaarverslag maakt melding van de projecten, publicaties en
activiteiten van de werkgroepen Middeleeuwen, Renaissance en Nieuwe
Tijd over 1997 en biedt algemene informatie over het CHI (Postbus
90754, 2509 LT Den Haag, 070-3315800, fax 3820546, e-mail:
chi_algemeen@chi.knaw.nl; http://www.knaw.nl/chi).
Onder de Werkgroep Middeleeuwen ressorteren o.a. het Lexicon
Latinitatis Nederlandicae Medii Aevi, het project Artes-faculteit, de
historische bronnen van Egmond, de middeleeuwse verzamelhandschriften
uit de Nederlanden en de Middelnederlandse Lancelotromans.
De Opera Omnia van Erasmus, edities van Grotius' briefwisseling en
diens De imperio summarum potestatum circa sacra, van Vossius' Poeticae
institutiones en de brieven van Antoni van Leeuwenhoek zijn projecten
van de Werkgroep Renaissance.
De Nieuwe Tijd houdt zich bezig met Klikspaans Studentenschetsen, de
briefwisseling van Vincent van Gogh, de lezingen uit de periode
1915-1923 van Couperus, de Gedichten van Gorter, de bibliografie van
Boutens, het volledig werk van Elsschot, de gedichten, essays en
kritieken van Marsman en de gedichten van Achterberg.
(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
# Date: Thu, 2 Jul 3 1998 12:10:06 +0200
# From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
# Subject: Lit: 9807.16: Pas verschenen: R. van Gelder, J. Parmentier
# en V. Roeper (red.). Souffrir pour parvenir.
# De wereld van Jan Huygen van Linschoten.
================================================================
PAS VERSCHENEN:
Roelof van Gelder, Jan Parmentier en Vibeke Roeper (red.).
Souffrir pour parvenir. De wereld van Jan Huygen van Linschoten.
Haarlem: Uitgeverij Arcadia, 1998 (Custode, 1). 208 blz. Ills.
f.34,50. ISBN 90 6613 006 7.
================================================================
Deze bundel bevat de bewerkte voordrachten die gehouden werden op het
door de Linschoten-Vereeniging in 1996 georganiseerde congres over de
beroemde zeevaarder uit Enkhuizen, Jan Huygen van Linschoten
(1562-1611), de pionier die de Nederlanders de weg wees naar de rijke
handelsgebieden in de Oost. Over zijn expedities schreef hij uitvoerige
en rijk geillustreerde boeken, waarvan het 'Itinerario' uit 1596 het
bekendste is.
De tien in de bundel opgenomen bijdragen behandelen diverse aspecten:
de wereld van Van Linschoten (Vibeke Roeper), de relatie tussen Van
Linschoten en Paludanus (Roelof van Gelder, Florike Egmond), het
aandeelhoudersregister van de Kamer Enkhuizen van de VOC (Rene
Willemsen), Zuid- en Noord-Nederlanders in Portugees Indie (John
Everaert), Van Linschoten in Goa en op Terceira (Ernst van den
Boogaart), Van Linschoten in het hoge noorden (Diederick Wildeman), Van
Linschoten als etnograaf (Pieter M. Floore), ontstaan en inhoud van het
Itinerario (Arie Pos) en het Itinerario en het Reys-gheschrift in de
praktijk (Jan Parmentier).
Als bijlagen zijn opgenomen een bibliografie van de werken van Van
Linschoten, het aandeelhoudersregister van de Kamer Enkhuizen en een
overzicht van Nederlanders in Portugees Indie. Het werk bevat een
index.
(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
# Date: Mon, 20 Jul 1998 09:28:00 +0100 (MET)
# From: B.P.M. Dongelmans <DONGELMANS@rullet.LeidenUniv.nl>
# Subject: Lit: 9807.17: Pas verschenen: Jaarboek voor Nederlandse
# Boekgeschiedenis 5 (1998)
===================================================
PAS VERSCHENEN:
Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis 5 (1998)
===================================================
Het vijfde Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis (222 pagina's,
geillustreerd), een uitgave van de Nederlandse Boekhistorische
Vereniging, is op 20 juni 1998 in het Haarlemse Teylers Museum
gepresenteerd. Dit gevarieerde lustrumnummer, waarvan het omslag is
opgesierd met een unieke zeventiende-eeuwse gravure van een
Noord-Nederlandse almanakverkoper, bevat de volgende artikelen:
- Manuel Stoffers & Pieter Thijs, De Logica memorativa van Thomas
Murner. Het eerste educatieve kaartspel en zijn
publicatiegeschiedenis
- Pierre Delsaerdt, Libri Liberti. De bibliotheek van Libertus
Fromondus (1587-1653)
- R.G. Fuks-Mansfeld, Het 'heilig ambacht' in Amsterdam. Titelbladen,
colofons en rabbinale goedkeuringen als bron van gegevens over
joodse drukkers en zetters in de zeventiende eeuw
- P.G. Hoftijzer, Het Nederlandse boekenbedrijf en de verspreiding
van Engelse wetenschap in de zeventiende en vroege achttiende eeuw
- Jos van Heel, Bolongaro Crevenna: een Italiaans koopman en
bibliofiel in Amsterdam
- Berry Dongelmans & Silvia Zwaaneveldt, De 'Naamlijst der
Inteekenaren' als bron voor onderzoek naar lokale leescultuur
- W. van der Molen, Een Nederlandse zakenman in de Javaanse letteren.
Daniel Hartevelt (1824-1896) en de Javaanse pers
- Ernest Claassen, Het Nederlandsch Magazijn, Het Nederlandsch
Museum en De Honigbij. Drie geillustreerde tijdschriften in de jaren
dertig en veertig van de negentiende eeuw
- Lizet Duyvendak bespreekt drie recentelijk verschenen studies over
lezen en levensbeschouwing en Sophie Levie geeft haar oordeel over
zes publicaties waarin vrouwentijdschriften in de negentiende en
twintigste eeuw centraal staan.
Om het gebruik te vergemakkelijken is de lijst met publicaties op het
terrein van de boekwetenschap dit jaar voor het eerst ingedeeld op
onderwerp.
Voor f.45, - kunt u lid worden van de NBV en ontvangt u het
Jaarboek. Studenten betalen f.30, -. In de losse verkoop kost het
Jaarboek f.60, -. U kunt zich opgeven als lid door een kaartje te
sturen naar de secretaris.
Secretariaat
Dr. B.P.M. Dongelmans
Stevinstraat 14
2405 CP Alphen aan den Rijn
0172 49 48 35 (p)
071 527 21 09 (w)
(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
# Date: Thu, 16 Jul 1998 10:12:33 -0700
# From: Marc van Oostendorp <oostendorp@rullet.LeidenUniv.nl>
# Subject: Col: 9807.18: Column Marc van Oostendorp: NederNed, no. 23:
# Sittardse Diftongering
========================================
NederNed, no. 23: Sittardse Diftongering
========================================
Als er 'e'en taalkundig leven verfilmd moet worden, is het dat van
Willy Dols. Een lange film hoeft het niet te worden.
Dols schreef vlak voor de oorlog een proefschrift bij Jac. van Ginneken
over diftongering in het Sittards. Van Ginneken vond dat proefschrift
briljant, en hij probeerde zijn leerling al voor de verdediging een
baan te bezorgen. Sterker nog, zelfs voordat Dols afstudeerde, was er
al een hoogleraarspost voor hem geregeld in Estland. Jammer genoeg voor
Dols kreeg hij, toen de zaak bijna rond was, concurrentie van de Duitse
_Exil_-geleerde Agathe Lasch. Dat leverde nogal wat vertraging op.
Voordat de Esten konden beslissen, vielen de Duitsers hun land binnen
en werd de hoogleraarspost opgeheven. Dit was nog geen onoverkomelijke
ramp -- een paar maanden later kreeg Dols al een nieuwe baan
aangeboden: lector Nederlands in Praag. Als voorbereiding op die baan
stortte Dols zich op de studie van het Tsjechisch bij de beroemde
Leidse slavist Nicolaas van Wijk. Toen vielen de Duitsers ook Tsjechie
binnen.
Niet lang daarna was heel Europa in oorlog geraakt. Willy Dols schreef
aan zijn proefschrift en werkte ondertussen als leraar op een paar
middelbare scholen in Limburg. In het voorjaar 1944 zag Van Ginneken
zijn emeritaat naderen en bepaalde in een notitie dat Dols hem dan maar
moest opvolgen in Nijmegen. Dols besloot toen tijdens zijn
zomervakantie zijn proefschrift in Arnhem te voltooien.
Die stad was in de late zomer van 1944 nu niet de meest aangewezen
plaats voor taalkundig werk, en eind september moest Dols er weg bij de
evacuatie. Hij nam de verantwoordelijkheid op zich voor een Arnhems
gezin waarvan de vader ziek geworden was. Hij bracht dat gezin naar
familie die in Putten woonde. Op 1 oktober 1944 was hij daarom in dat
dorp, toen alle mannen er door de nazi's werden opgepakt en weggevoerd.
Al na iets meer dan een maand overleed Dols aan dysenterie in het
concentratiekamp Husum, waar hij had moeten helpen bij het bouwen van
militaire verdedigingswerken. Hij was drieendertig jaar oud.
Van Ginneken had gelijk. Het proefschrift van Willy Dols hoort tot de
beste die er ooit in Nederland over een taalkundig onderwerp geschreven
zijn: een briljante, uiterst gedetailleerde, erudiete, intelligente en
elegante analyse van een ogenschijnlijk klein dialectverschijnsel, dat
bij nadere beschouwing een interessant licht werpt op allerlei
taalkundige vraagstukken, inclusief allerlei vragen die in Dols' tijd
nog niet gesteld konden worden. Dat verschijnsel is dat de klinkers die
in andere Limburgse dialecten klinken als ee, eu en oo, in het Sittards
in veel gevallen geworden zijn tot ei, ui en ou: Roermonds _keezel_
(kiezel) correspondeert met Sittards _keizel_, _sjtoove_ (stoven) met
_sjtouve_, _meugelik_ (mogelijk) met _muigelik_.
Tot zover is er nog weinig opmerkelijks aan dit verschijnsel:
middenklinkers zien we ook in Nederlandse dialecten diftongeren. Ook in
veel Hollandse dialecten zegt men bijvoorbeeld _vreide_, _gelouve_,
_bruiken_. Dols gaat echter heel precies in op de plaatsen waar de
diftongering wel of niet plaats gevonden heeft. Dat levert boeiende
observaties op. Heel opmerkelijk is bijvoorbeeld de manier waarop de
diftongering geblokkeerd wordt door bepaalde tonen. Net als andere
Limburgse dialecten, heeft de lettergreep met hoofdklemtoon in elk
woord ofwel een zogenaamde 'valtoon' ofwel een 'sleeptoon'. De valtoon
begint hoog en gaat dan naar beneden; de sleeptoon gaat ook in eerste
instantie (een beetje) omlaag, maar daarna weer naar beneden. Sinds het
werk van Ben Hermans -- wat zijn er deze eeuw veel Limburgse fonologen
geweest -- noteren de meeste taalkundigen dat als volgt:
HLH HL
woort vrei
_Vrei_ is een woord met een valtoon, _woort_ een woord met een
sleeptoon; H is een hoge toon, L een lage toon. De observatie die Dols
nu deed is dat alleen klinkers met een valtoon diftongeren. De oo met
een sleeptoon in _woort_ blijft een oo, en iets soortgelijks geldt ook
voor ee's en eu's met sleeptonen.
Dols vraagt zich in het laatste hoofdstuk van _Sittardse Diftongering_
af waarom er eigenlijk diftongering plaatsvindt. Hij begint uit te
leggen dat een wetenschapper een dergelijke vraag eigenlijk niet wil
beantwoorden, omdat de ware wetenschapper 'positivist' is. (Een
positivist wil alleen maar verifieerbare uitspraken doen, en op de
vraag naar het 'waarom' is geen verifieerbaar antwoord te geven.) Dols
zelf is echter behalve wetenschapper ook nog dialectspreker, en hij
heeft met veel dialectsprekers over zijn onderzoek gesproken -- en
daarbij overigens geobserveerd dat de diftongering nog steeds
productief is: hij is ook van toepassing in het voor het Sittards
volstrekt nieuwe woord _diftongeiering_. Die dialectsprekers werden
niet gehinderd door positivisme, en wilden juist heel graag een
verklaring horen.
Die verklaring moet volgens Dols gevonden worden in het concept
'Sprachgeist': elk taalsysteem heeft zo zijn eigen voorkeuren en
antipathieen, op basis waarvan het veranderingen doorvoert. Dols
observeert dat er in het Sittards onafhankelijk van de diftongering al
veel meer zogenaamd vallende diftongen zoals ei, ui, ou en au zijn dan
in de omliggende dialecten (die meer centraliserende diftongen hebben:
ee-eh, etc.) De Sittardse Sprachgeist houdt van vallende diftongen: hoe
meer, hoe beter.
Deze verklaring moet genuanceerd worden. Alleen valtonen diftongeren
immers; helaas zegt Dols hier niets over in dit verband. Toch past een
valtoon goed bij een vallende diftong: ze hebben als het ware hetzelfde
fonetische profiel. Een vallende diftong begint met een relatief lage
klinker (a, o, e zijn klinkers waarbij de kaak een relatief lage stand
heeft) en eindigt met een relatief hoge klinker (bij ie, uu, oe staat
de onderkaak relatief laag). Nu is bekend dat lage klinkers in talen
van de wereld een voorkeur hebben voor lage tonen, en hoge klinkers
voor hoge tonen. Aan die neiging geeft het Sittards echter niet toe.
Het is ook bekend dat lage klinkers 'sonoorder' zijn, en dus
prominenter, dan hoge klinkers, en dat hoge tonen een voorkeur hebben
voor prominente, en lage tonen voor minder prominente posities in de
metrische structuur. Aan die verleiding heeft het Sittards dan weer wel
toegegeven, terwijl diezelfde neiging kennelijk niet in de Sprachgeist
van de andere dialecten besloten zat.
Om uit te kunnen zoeken hoe dit precies zit, en om de tientallen andere
vragen die dit proefschrift oproept te kunnen onderzoeken, zouden we
eigenlijk veel meer moeten weten over wat er gebeurd is in het Sittards
in de vijfenvijftig jaar sinds Dols zijn proefschrift schreef. Heeft de
diftongering doorgezet? Is zij ook van toepassing geworden op sommige
van de klassen van uitzonderingen die hij noemt? Ik ben bang dat er
veel onderzoek nodig is, want voor zover ik weet, is er op Dols' werk
niet voortgebouwd. Dat is een van de vele tragedies die het leven van
Willy Dols omgeven: hij heeft een briljant proefschrift geschreven dat
bijna niemand kent en waarmee eigenlijk nooit iets is gedaan.
Marc van Oostendorp
(oostendorp@rullet.leidenuniv.nl)
De biografische gegevens over Willy Dols zijn ontleend aan het _In
Memoriam Willy Dols, litt.drs._, dat J.C. van de Bergh opnam als
inleiding bij zijn postume editie van Dols' dissertatie (_Sittardse
diftongering; Een hoofdstuk uit de historische grammatica_. Alberts'
Drukkerijen, Sittard, 1953.)
(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
# Date: Sat, 11 Jul 1998 23:12:18 +0200
# From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@hum.uva.nl>
# Subject: Col: 9807.19: Column Willem Kuiper, no. 40: Tussen de Elve
# ende de wat?
=========================================================
Column Willem Kuiper, no. 40: Tussen de Elve ende de wat?
=========================================================
Jacob van Maerlants _Historie van Troyen_ is een kleine 28.000
versregels onderweg als Paris - de Trojaanse koningszoon die Helena uit
Sparta ontvoerde en daarmee de moeder van alle oorlogen ontketende - de
Griek Ayax van Lotre c.q. Logre (Ajax de Locrier: de andere helft van
de door Jacob opgesplitste Kleine Ajax) in het vizier krijgt. Ayax
vecht ongewapend, dat wil zeggen blootshuids, zonder enige beschermende
kledij, en niet vanwege de juni-warmte. Jacob vindt dat - net als zijn
bron: _Le Roman de Troyes_ van Benoit de Sainte-Maure - hoogst
onverstandig:
Ayax van Logre was aldaer
Onghewapent al apenbaer,
Sonder mit speer ende mit scilde.
27.980 Hy waer sot die hem aver vroet hilde,
Dat hy so reet in sulcker noot.
Rugghe ende borst had hy bloot.
Het is wonder dat hy mach ghedueren!
Aan dat wonder komt dan ook een einde als Paris een pijl met giftige
punt op zijn boog zet en Ayax dwars door beide zijden schiet, welke
treffer Jacob - anders dan zijn bron, waarin Aiaux ondanks een
doorboorde ruggegraat nog een tijdje doorvecht - van het doodleuke
commentaar voorziet: "Ic waen, hy niet veer en sal ryden." (28.006).
Helaas voor Paris toch nog ver genoeg om naar hem toe te rijden en hem
met zijn zwaard het "aenschyn" te klieven.
Paris' dood geeft de Grieken moed en drijft de Trojanen in het
defensief, een mooi moment voor Jacob om het krijgsgewoel in zijn
voorbeeldtekst te onderbreken met een ongeveer duizend regels tellende
kosmografie.
Voor een middeleeuwse kopiist is zo'n kosmografie een apeklus. Omdat de
tekst gepaard moet rijmen worden de zinnen syntactisch opgerekt tot ver
voorbij het semantische, daardoor ononthoudbaar, en voor het
boerenverstand ontoetsbaar. De kopiist verliest het zicht op wat hij
schrijft. Dit soort teksten wemelt dan ook van de varianten en fouten.
Neem nu de plaatsbepaling van Friesland:
29.012 Van der Elven nederwert
Leghet Vrieslant aen die vaert
Tusschen der Elven Swytval
Soe heit wilen Vrieslant al
Gelukkig voor ons herhaalt Jacob zich hier, diezelfde kosmografie heeft
hij eerder opgedist in het zevende boek van _Alexanders Geesten_:
1443 Vander Elven al nederwaert
Leghet Vrieslant an die vaert
Tusscen der Elven ende Sincfal
Hiet wilen eer Vrieslant al
Het is duidelijk dat beide kopiisten vertrouwd waren met Vrieslant en
de Elve - de rivier de Elbe - maar met Swytval c.q. Sincf/val lag dat
anders. Voor ons is er een groot verschil in spelling, maar
paleografisch is dit praktisch hetzelfde: Swytval = Suitval = Sincval.
Gelukkig hebben we een vangnet: Jacobs _Spiegel Historiael_, waarin
wij lezen (Partie I, Boek 1, kapittel 33):
66 Al Vriesclant verre ende na
Tusscen der Elven ende Sincval
Rekent men te Sassen al
Daer es Germania af thovet
Friesland maakt volgens Jacob deel uit van Saksen, en Saksen maakt weer
deel uit van Germania, de _De Bello Gallico_-naam voor Duitsland;
helaas geen Sincval gevonden bij Julius Caesar.
Maar niet alleen aan het begin van de Eerste Partie, ook aan het
slot van het achtste boek van de Derde Partie heeft Jacob het over
Friesland - een heel gevoelig onderwerp - Friesland was het Kosovo van
Jacobs opdrachtgever, Florens V.
Omdat Jacob ervoor koos de Vierde Partie te laten beginnen met
Karel de Grote, en omdat de Friezen beweerden dat zij - zeer tegen de
zin van de graven van Holland - autonoom waren, besloot Jacob zijn
Derde Partie met kapittel XCIII: _Der Vriesen privilegie_. Daarin lezen
wij dat "die eerlijke Pepijn" (Pepijn van Herstal) koning was van heel
Frankrijk en van:
Alle die lieden ghemeenlike
5 Die lancs der zee saten hene
Tusscen der Wesere enten Zwene
Dat tien tiden hiet Sincval
En even verderop lezen we:
Tusscen der Wesere ende Sincval,
105 Dat wi Vrieslant heten bi namen
en:
115 Teenen tiden quam sulc geval
Den volke dat tusscen Sincval
Enter Wesere sat alleene,
Dat daer was ene scare gemene,
Ende altemale Vriesen hieten,
Nu is de rivier de Wezer - en niet de Elbe - de oostgrens van
Friesland. Het Zwin moet dus de zuidwestgrens zijn, alleen welk Zwin,
en waar?
Op dit punt aangekomen tast je als literair-historicus in het
duister. Te rade dus bij buurman Eef Dijkhof van het Oorkondeboek
Holland en Zeeland. Helaas, in de bewaard gebleven ambtelijke
bescheiden wordt die naam niet genoemd.
Gelukkig is er ook nog een echte naamkundige aan het Meertens
Instituut verbonden - Rob Rentenaar - en die kon mij vertellen dat
Jacob met Het Zwin inderdaad het Brugse Zwin bedoelde, en dat het
bewijs hiervan geleverd werd door het feit dat de Zeeuwen deel
uitmaakten van het Friese rechtsgebied en daarom ook onder het
geestelijk gezag van de aartsbisschop van Utrecht - ten tijde van
Willibrordus Wiltenborch geheten - vielen. Een tochtje naar de
bibliotheek deed mij terugkomen met een stapeltje boeken waarin 'alles'
stond over het Sincfal.
De naam is - volgens kenners - een samenstelling van
'Swintha'=krachtig en 'fal'=water(weg). Zou dit 'fal' iets met 'Waal'
uitstaande hebben - in het Latijn 'Vacalus' geheten? En hoe zit dat met
het hier in Holland gebruikelijke benaming 'slufter' voor een geul in
de duinen waar bij vloed het zeewater instroomt.
De exacte ligging van het Friese Sincval is onzeker. In die tijd
maakte het onbedijkte Zeeland zijn naam volledig waar en was het
afwisselend zee en land. Dat kwam voor een deel door de stijging van de
zeespiegel, de zogeheten Duinkerke I, II en III-transgressies, die zich
voltrokken tussen Julius Caesar en de invallen der Noormannen. Daardoor
ontstond er verdronken land, dat bij eb droogviel en zo ontstond daar
plantengroei. Die flora fungeerde als een zeef voor door de zee
aangevoerd zand en door de rivieren aangevoerde modder, wat landvorming
tot gevolg had. Totdat een noord- of zuidwester storm hier weer gaten
insloeg en het proces zich herhaalde. Het Zwin is het gevolg van zulk
noodweer.
Ten tijde van Jacob was de naam Sincval al lang in onbruik geraakt
en mogelijk in de grafelijke kanselarij alleen nog maar bekend uit (een
kopie van) de in de achtste eeuw opgetekende 'Lex Frisionum'. Daarnaast
had het landschap door bedijking en inpoldering van de schorren -
waaraan vele plaatsnamen herinneren - een enorme gedaanteverandering
ondergaan. Het eiland Wulpen bijvoorbeeld - onder Walcheren gelegen,
waar Willibrordus in 690 landde om de Friezen te bekeren - was deels
weggespoeld, deels aangespoeld bij het huidige Zeeuws-Vlaanderen.
Wat niet verdween is het zoveelste bewijs van hoe goed Jacob van
Maerlant zich documenteerde.
Willem.Kuiper@Hum.UvA.NL
Literatuuropgave:
- _2000 jaar Zwinstreek_. Knokke 1985.
- L.Ph.C. van den Bergh (, A.A. Beekman en H.J. Moerman), _Handboek
der Middelnederlandse Geographie._ Den Haag 1949.
- _Encyclopedie van Zeeland_.
- M.K.E. Gottschalk, _Historische geografie van Westelijk
Zeeuws-Vlaanderen tot de St.-Elisabethsvloed van 1404_. Assen 1955.
- E. Verwijs en J. Verdam, _Middelnederlandsch Woordenboek_ VII, 1154.
(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
*-------------------------------------------------------------------------*
| |
| Informatie over Neder-L: |
| ======================== |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar |
| listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl |
| met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in |
| web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/ |
| Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01 |
| Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds |
| juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit |
| listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
| met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206 |
| (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@baserv.uci.kun.nl, naar |
| Willem.Kuiper@hum.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@hum.uva.nl (voor de |
| evenementenagenda), naar Oostendorp@rullet.leidenuniv.nl (voor |
| neerlandistiek op het Web), of naar P.A.Coppen@let.kun.nl |
*-------------------------------------------------------------------------*
*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9807.b --------------------------*
Thread Navigation
This is a paginated view of messages in the thread with full content displayed inline.
Messages are displayed in chronological order, with the original post highlighted in green.
Use pagination controls to navigate through all messages in large threads.
Back to All Threads