Thread View: nl.handicap
1 messages
1 total messages
Started by Kees Reijman
Wed, 06 Feb 2002 10:04
Hoogleraar gelooft niet in: je moet ermee leren leven
Author: Kees Reijman
Date: Wed, 06 Feb 2002 10:04
Date: Wed, 06 Feb 2002 10:04
172 lines
10333 bytes
10333 bytes
Hoogleraar gelooft niet in: je moet ermee leren leven Door Mari�tte Storm Dr. G.H.M.B. van Rens vindt dat oogartsen meer aandacht moeten besteden aan de revalidatie van slechtzienden en blinden. Hij is per 1 september benoemd als bijzonder hoogleraar aan de VU in Amsterdam. Toen hij zich 17 jaar geleden als jong oogarts vestigde in Helmond merkte Van Rens (46) dat hij zijn pati�nten niet altijd kon helpen. En omdat er in die tijd in de regio geen enkele opvang was voor mensen die blijvend slechtziend of blind zouden worden, startte hij met een speciaal spreekuur. Hiervoor werden twee, soms drie dagdelen gereserveerd waarin de optometrist informatie gaf over vergrotende hulpmiddelen. Zonodig werden er ook contacten gelegd met het maatschappelijk werk "Zo ben ik erin gerold", zegt hij. "Later kreeg ik in commissies en besturen de problematiek rond blindheid en slechtziendheid in mijn portefeuille, en uiteindelijk ben ik benoemd op de bijzondere leerstoel Oogheelkundige leer van de slechtziende en blinde mens." Uitvluchten Waar bij andere specialismen na een operatie een periode van revalidatie volgt, is dit bij oogheelkunde helemaal niet zo vanzelfsprekend. Van Rens legt uit: "Mijn taak is om aan oogartsen en andere artsen in opleiding duidelijk te maken dat je het er niet bij moet laten zitten als je mensen niet kunt genezen. Het revalidatietraject dat daar achteraan komt mag zeker de belangstelling hebben van de oogartsen. Het is dan wel geen oogheelkunde, maar het is wel oogartsenwerk. Zeker in het verleden was daar weinig aandacht voor." De wereld van visueel gehandicapten bestaat voornamelijk uit ouderen. Vroeger werd gedacht dat slechter horen en slechter zien hoorde bij de leeftijd. "Dat vind ik een absolute dooddoener", zegt Van Rens fel. "Ik kan me kwaad maken over drie dingen. Als men zegt dat komt van de overgang, het komt van de stress, en het komt door je leeftijd. Dat zijn drie uitvluchten die artsen hebben verzonnen als ze zelf niet weten waar het over gaat. Al ben je honderd. Zolang je capaciteiten hebt moet je die gebruiken. Ik ben als oogarts niet bang om slechtziend of blind te worden. Ik heb zoveel mensen gezien die knap in het leven staan, dat ik weet dat je dan heel goed kunt leven. Het is alleen verdomd onhandig, en daarom moeten we datgene wat wel handig is in de maatschappij, toereiken aan mensen die dat nodig hebben." De afgelopen twintig jaar is er veel veranderd in Nederland. En dat moet ook wel, want ons land telt nu ongeveer 200.000 mensen met een visuele beperking, maar binnen twintig jaar is dat aantal verdubbeld, denkt Van Rens. De babyboomers, de generatie geboren tussen 1945 en 1955, zijn dan 65 jaar en ouder en krijgen te maken met leeftijdgebonden problemen. Maar ondanks alle behandelmethoden waarnaar wordt gezocht, hebben oogartsen de grootste groep visueel gehandicapten, de mensen met leeftijdgebonden macula degeneratie, nog steeds weinig te bieden. Hun aantal zal beslist stijgen, hoe groot het precies zal zijn, vindt Van Rens niet interessant, maar men zal er rekening mee moeten houden. Ook politiek. Afgerekend De hoogleraar die met grote betrokkenheid praat over zijn werk, is aangesteld voor vijf jaar, maar zo'n aanstelling wordt doorgaans nog een keer verlengd. Aan de VU is het bijzonder-hoogleraarschap gebonden aan een maximum van tien jaar. Als een bijzondere leerstoel in een behoefte voorziet en onderdeel gaat uitmaken van een geneeskundige faculteit, dan kan de bijzondere leerstoel worden omgezet in een gewone. Volgens Van Rens is dat ook de doelstelling van de Algemene Nederlandse Vereniging ter Voorkoming van Blindheid die hem heeft benoemd. "Het is dus geen vrijblijvende benoeming waarbij ik tien jaar niets hoef te doen. Nee, daar word ik op afgerekend. De nieuwe leerstoel heeft een breed draagvlak binnen de vakgroep. Anders was ik er ook niet aan begonnen. Je gaat niet ��n dag op en neer reizen vanuit het zuiden van het land naar Amsterdam als je toch niets van de grond krijgt. Vooruitlopend op de benoeming heb ik een subsidie gerealiseerd voor een eerste promotieonderzoek, en we hopen dat er volgend jaar nog twee onderzoeken bij komen. Dan bouw je expertise op en geef je kennis door aan elkaar." Het lopende onderzoek gaat over de kwaliteit van leven bij oudere slechtziende mensen. Hierbij gaat het niet over het oog, maar om de mens, "de eigenaar van het oog." Vragenlijsten die zijn opgesteld en gebruikt in onder andere de VS en Engeland, werden aangepast aan de Nederlandse bevolking en worden nu voorgelegd aan mensen boven de 50 jaar die voor het eerst een revalidatietraject ingaan. Het Academisch Ziekenhuis Groningen, het Diakonessenhuis in Utrecht, de VU in Amsterdam, het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond en het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven werken mee aan het onderzoek. Van Rens: "In totaal willen we tenminste 300 mensen hebben. En alleen al in Helmond waar ik vier dagen werk, doen 100 mensen mee. Heel leuk. Tot nu toe heeft er nog niemand geweigerd. Mensen zien heel erg het belang in van dit onderzoek." In de vragenlijst wordt gevraagd naar de mening van de slechtziende voor deze naar een revalidatiecentrum gaat; vier of vijf maanden later, en vervolgens nog weer een jaar later. Er zijn vragen over de manier waarop men zich redt, naar contacten, en bijvoorbeeld of men zich opstandig voelt. Voor elke vraag worden punten gegeven en zo hopen de onderzoekers een beeld te krijgen van de manier waarop mensen in het leven staan, in relatie tot de visuele beperking. Van Rens gaat in zijn enthousiasme over het onderzoek steeds vlugger praten: "Op die manier proberen we een indicatie te krijgen over wat revalidatie voor mensen betekent bij bepaalde ziektebeelden, bij bepaalde restgezichtsscherpte. En hopelijk komen we er dan ook achter waaraan we meer aandacht moeten besteden. Het gaat er niet om om punten te geven aan de vorm van revalidatie, maar wij willen nagaan hoe mensen zich voelen. Er zijn verschillende vragenlijsten. Die kun je met elkaar vergelijken, en je kunt ziektebeelden en leeftijden met elkaar vergelijken. Het geven van een rapportcijfer voor het revalidatietraject is een volgende stap. Je moet eerst de meter maken om te meten, en als die goed is, dan kun je iets zeggen over wat je meet. De vragenlijsten zijn wel eerder gebruikt, maar zo grondig als wij het doen is het nog nauwelijks gebeurd. Laat staan dat men verschillende vragenlijsten bij elkaar heeft genomen. Dit is wereldwijd een uniek onderzoek waarvoor nu al interesse uit het buitenland bestaat." Zin en onzin van revalidatie Een ander onderzoek waarmee Van Rens zich bezighoudt, is de zogeheten LASA-studie (longitudinal ageing study Amsterdam) die al sinds 1993 loopt en die goed past in de lijn van het andere onderzoek. In de LASA-studie wordt gekeken hoe ouderen zich redden in het leven. Niet op orgaanniveau maar op functioneringsniveau. Bijvoorbeeld, hoe vaak vallen mensen en hoe vaak breken ze hun heup? In hoeverre speelt het gezichtsvermogen hierbij een rol? Voor het onderwijs wil hij een richtlijn maken voor de vragen wie moet worden verwezen naar een revalidatieinstelling, en op welke wijze. Van Rens: "Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Wereldwijd bestaat daar niets over. In Amerika is onlangs een soort richtlijn opgesteld en daar zijn wij nu ook mee bezig. Er wordt een opzet gemaakt vanuit de oogheelkundige wereld, maar daar praten ook mensen mee uit de revalidatie en de pati�ntenverenigingen. Aan de richtlijn die wordt gesubsidieerd door VWS, zit een implementatietraject vast. Wat gebeurt er met de richtlijn? Bijvoorbeeld bij de behandeling van mensen met suikerziekte. Wat doen oogartsen met de richtlijn, en huisartsen? Als de meetinstrumenten om kwaliteit van leven te meten bij slechtziendheid klaar zijn, dan worden deze ook gebruikt in Het Loo Erf. In goed overleg met Het Loo Erf kunnen de uitkomsten dan worden gebruikt om het programma aan te passen aan de wensen en behoeften van de gebruikers. Ik ben een praktische oogarts en wil dat er met dat onderzoek wat gebeurt. Het moet leiden tot een verandering. Doordat je met dat onderzoek bezig bent en doordat je er met oogartsen over praat, ontstaat er een voedingsbodem. Je maakt de aarde vruchtbaar om te zaaien, maar ik wil ook oogsten. Na dat ouderenonderzoek willen we gaan kijken wat de waarde is van het revalidatietraject. Als we in dat traject zwakke plekken ontdekken, dan is dat geen schande, maar dan moet je de zin en onzin van de revalidatie aanpakken. Als je ieder jaar de koers een graad ten goede kunt wenden, dan heb je na tien jaar een behoorlijke wending gemaakt." (�) Anders Bekeken 25e jaargang - nummer 1 februari 2002. 'Anders Bekeken' is het ledenorgaan van de Nederlandse Vereniging van Blinden en Slechtzienden. http://www.nvbs.nl/ -- KRteG. (Waarom het Haags zoveel krachttermen bevat) http://www.xs4all.be/~tonstam/haags.html
Thread Navigation
This is a paginated view of messages in the thread with full content displayed inline.
Messages are displayed in chronological order, with the original post highlighted in green.
Use pagination controls to navigate through all messages in large threads.
Back to All Threads