🚀 go-pugleaf

RetroBBS NetNews Server

Inspired by RockSolid Light RIP Retro Guy

1 total messages Started by Kees van den Doel Tue, 12 Jan 1993 07:48
Story: "Le Title"
#93
Author: Kees van den Doel
Date: Tue, 12 Jan 1993 07:48
187 lines
11193 bytes
                        "Le Title"



        Lang, lang geleden, op een  stormachtige   dinsdagmorgen,
liep  een  vormeloze  man met loden voeten de trap van het gebouw
van de Wortel uit Min Een op. Op zijn achterhoofd was een  blauwe
strohoed  met  kauwgom vastgelijmd, in zijn rechter jaszak bevond
zich een zorgeloos binnenstebuiten gekeerde namaakparaplu. De ene
voet  plaatste  hij  op  de  ene tree, de andere op de andere, en
hoewel hij dikwijls de tel kwijtraakte en zijn  voortgang  daarom
vrij  onregelmatig was, bereikte hij tenslotte de top van de trap
die leidt naar de ingang van het gebouw van  de  Wortel  uit  Min
Een.
        Daar aangekomen ontwaarde hij een schier eindeloze  reeks
deuren,  die  alle geopend moesten worden om het gebouw binnen te
treden. Al die deuren hadden een verschillende manier van openen;
sommige hadden met scheermesjes bestekelde hengsels, sommige had-
den toetsenborden die  op  diepzinnige  codes  wachtten;  sommige
openden  naar  binnen,  andere  openden naar buiten. Ook waren er
deuren die op een welhaast  buitenaardse  manier  in  een  hogere
dimensie gedraaid moesten worden.
        Lang, lang  duurde  het  voordat  hij  tenslotte  bij  de
laatste  deur  was  aangekomen.  Zo  lang,  dat verschillende met
uitsterving bedreigde diersoorten in de tussentijd van  de  aard-
bodem  waren  verdwenen.  Zo lang, dat zelfs de perpetuum mobilea
zich niet meer bewogen. Toch was het nog  steeds  dezelfde storm-
achtige dinsdagmorgen, want ook de tijd hield haar adem in...
        Deze laatste deur was anders dan al de andere:  de  kleur
was   maar  moeilijk  te bepalen, en hoe groot deze deur was, was
ook niet goed in te schatten. Van de ene  kant  leek   hij   niet
groter dan  een zucht van verlichting, van de andere kant bekeken
had de deur het aanzien van water dat, hoewel bevroren, toch niet
in  ijs  was  getransformeerd.  Uiteindelijk ontdekte hij dat als
hij zijn ogen toedekte met zijn  handen,  de   deur   er   ineens
als    een  gewone  deur  uitzag, zoals men bijvoorbeeld kan aan-
treffen  bij  de  ingang  van  het  gebouw  van  de   Nederlandse
Vereeniging  van  Stot- teraars.  Hij  opende  de deur dus gewoon
terwijl hij zijn handen over zijn ogen hield en trad de zaal  aan
de  top van de  trap  die leidt   naar  de  ingang van het gebouw
van de Wortel uit Min Een binnen. En werd met stomheid  geslagen,
en sprak:

        Maar  het  waren geen woorden die hij  sprak,  het  waren
pure gedachten die door hem en geen ander werden geuit. "Groot is
deze zaal", sprak hij,  "zo groot dat het dak  zich  verheft  tot
het  einde  van  het universum en sterren en melkwegstelsels zijn
bevat        in        zijn        uitgestrektheid.        Arron-
dissementsschoolopzieners,          bewaarschoolonderwijzeressen,
brandverzekeringsmaatschappijen, geheelonthoudersverenigingen  en
levensverzekeringsmaatschappijen  verbleken in het niets als aha,
ene, ere, gig, jij, kik, lal, lel, lol, mam, mom, non, oho,  pap,
pip,  pop,  sas,  sis,  sus  en  tot  in  het  oog  van  meerder-
jarigheidsverklaringen, onafhankelijkheidsverklaringen, rijksmid-
delbaremeisjesscholen,  schilderijententoonstellingen  en zeever-
zekeringsmaatschappijen." En na  deze  gedachten  ontvouwde  zich
zijn  paraplu,  en  ontpopte  zich  tot  een  nijlpaard-diplomaat
genaamd Meetsysteem.
        Meetsysteem opende zijn ogen voor het eerst, en onder  de
X-stralen  van  Cygnus-X aanschouwde hij een eindeloze rij loket-
ten, zoals men die bijvoorbeeld  in  banken  en  overheidsinstel-
lingen  vinden kan.  Zoveel loketten waren er, dat er niet genoeg
getallen waren om ze  alle  van  een  nummer  te  voorzien.  "Het
grootste  getal dat niet in elf woorden kan worden aangeduid" las
hij boven het loket waar hij als  vanzelf  naartoe  was  gelopen.
Achter dit loket was een ambtenaar druk bezig met zitten. Na drie
maal op het loketraampje te hebben getikt opende de  loketbewoner
zijn oog en sprak:

        Maar het waren geen woorden en zelfs geen  gedachten  die
hij uitte, het waren naakte feiten die hier uit dit loket traden.
"aRa, iPi, eLe", zo hoorde Meetsysteem. "Niet aRa zegt dat  a  in
betrekking  R tot a staat maar a staat in betrekking R tot a zegt
dat aRa", zo donderden de naakte feiten door de zaal. "De  wereld
en  het leven zijn een! Ik ben mijn wereld!!" antwoordde Meetsys-
teem wanhopig.  "Niet f(a,b) en a=b maar f(a,a) en niet f(a,b) en
niet a=b maar f(a,b)!" bulderde de loketambtenaar. "Maar het sub-
ject behoort niet  tot  de  wereld,  het  is  een  grens  van  de
wereld!!"  wierp  Meetsysteem  nog  tegen, maar hij was al begon-
nen zich van het loket te verwijderen, want met de feiten valt nu
eenmaal niet te  argumenteren.
        En met deze woorden nam hij ook zijn  hoed  af  en  wierp
deze voor eens en altijd naar rechts en kroop terug in de zak van
de jas van de vormeloze man die de trap die leidt naar de  ingang
van  het  gebouw  van de Wortel uit Min Een opgeklommen was. Deze
richtte zich nu in zijn volle lengte op, schraapte zijn keel,  en
sprak:

        Lang, lang geleden, op een  stormachtige   dinsdagmorgen,
liep  een  vormeloze  man met loden voeten de trap van het gebouw
van de Wortel uit Min Een op. Op zijn achterhoofd was een  blauwe
strohoed  met  kauwgom vastgelijmd, in zijn rechter jaszak bevond
zich een zorgeloos binnenstebuiten gekeerde namaakparaplu. De ene
voet  plaatste  hij  op  de  ene tree, de andere op de andere, en
hoewel hij dikwijls de tel kwijtraakte en zijn  voortgang  daarom
vrij  onregelmatig was, bereikte hij tenslotte de top van de trap
die leidt naar de ingang van het gebouw van  de  Wortel  uit  Min
Een.
        Daar aangekomen ontwaarde hij een schier eindeloze  reeks
deuren,  die  alle geopend moesten worden om het gebouw binnen te
treden. Al die deuren hadden een verschillende manier van openen;
sommige hadden met scheermesjes bestekelde hengsels, sommige had-
den toetsenborden die  op  diepzinnige  codes  wachtten;  sommige
openden  naar  binnen,  andere  openden naar buiten. Ook waren er
deuren die op een welhaast  buitenaardse  manier  in  een  hogere
dimensie gedraaid moesten worden.
        Lang, lang  duurde  het  voordat  hij  tenslotte  bij  de
laatste  deur  was  aangekomen.  Zo  lang,  dat verschillende met
uitsterving bedreigde diersoorten in de tussentijd van  de  aard-
bodem  waren  verdwenen.  Zo lang, dat zelfs de perpetuum mobilea
zich niet meer bewogen. Toch was het nog  steeds  dezelfde storm-
achtige dinsdagmorgen, want ook de tijd hield haar adem in...
        Deze laatste deur was anders dan al de andere:  de  kleur
was   maar  moeilijk  te bepalen, en hoe groot deze deur was, was
ook niet goed in te schatten. Van de ene  kant  leek   hij   niet
groter dan  een zucht van verlichting, van de andere kant bekeken
had de deur het aanzien van water dat, hoewel bevroren, toch niet
in  ijs  was  getransformeerd.  Uiteindelijk ontdekte hij dat als
hij zijn ogen toedekte met zijn  handen,  de   deur   er   ineens
als    een  gewone  deur  uitzag, zoals men bijvoorbeeld kan aan-
treffen  bij  de  ingang  van  het  gebouw  van  de   Nederlandse
Vereeniging  van  Stot- teraars.  Hij  opende  de deur dus gewoon
terwijl hij zijn handen over zijn ogen hield en trad de zaal  aan
de  top van de  trap  die leidt   naar  de  ingang van het gebouw
van de Wortel uit Min Een binnen. En werd met stomheid  geslagen,
en sprak:

        Maar  het  waren geen woorden die hij  sprak,  het  waren
pure gedachten die door hem en geen ander werden geuit. "Groot is
deze zaal", sprak hij,  "zo groot dat het dak  zich  verheft  tot
het  einde  van  het universum en sterren en melkwegstelsels zijn
bevat        in        zijn        uitgestrektheid.        Arron-
dissementsschoolopzieners,          bewaarschoolonderwijzeressen,
brandverzekeringsmaatschappijen, geheelonthoudersverenigingen  en
levensverzekeringsmaatschappijen  verbleken in het niets als aha,
ene, ere, gig, jij, kik, lal, lel, lol, mam, mom, non, oho,  pap,
pip,  pop,  sis,  sas,  sus  en  tot  in  het  oog  van  meerder-
jarigheidsverklaringen, onafhankelijkheidsverklaringen, rijksmid-
delbaremeisjesscholen,  schilderijententoonstellingen  en zeever-
zekeringsmaatschappijen." En na  deze  gedachten  ontvouwde  zich
zijn  paraplu,  en  ontpopte  zich  tot  een  nijlpaard-diplomaat
genaamd Meetsysteem.
        Meetsysteem opende zijn ogen voor het eerst, en onder  de
X-stralen  van  Cygnus-X aanschouwde hij een eindeloze rij loket-
ten, zoals men die bijvoorbeeld  in  banken  en  overheidsinstel-
lingen  vinden kan.  Zoveel loketten waren er, dat er niet genoeg
getallen waren om ze  alle  van  een  nummer  te  voorzien.  "Het
grootste  getal dat niet in elf woorden kan worden aangeduid" las
hij boven het loket waar hij als  vanzelf  naartoe  was  gelopen.
Achter dit loket was een ambtenaar druk bezig met zitten. Na drie
maal op het loketraampje te hebben getikt opende de  loketbewoner
zijn oog en sprak:

        Maar het waren geen woorden en zelfs geen  gedachten  die
hij uitte, het waren naakte feiten die hier uit dit loket traden.
"aRa, iPi, eLe", zo hoorde Meetsysteem. "Niet aRa zegt dat  a  in
betrekking  R tot a staat maar a staat in betrekking R tot a zegt
dat aRa", zo donderden de naakte feiten door de zaal. "De  wereld
en  het leven zijn een! Ik ben mijn wereld!!" antwoordde Meetsys-
teem wanhopig.  "Niet f(a,b) en a=b maar f(a,a) en niet f(a,b) en
niet a=b maar f(a,b)!" bulderde de loketambtenaar. "Maar het sub-
ject behoort niet  tot  de  wereld,  het  is  een  grens  van  de
wereld!!"  wierp  Meetsysteem  nog  tegen, maar hij was al begon-
nen zich van het loket te verwijderen, want met de feiten valt nu
eenmaal niet te  argumenteren.
        En met deze woorden nam hij ook zijn  hoed  af  en  wierp
deze voor eens en altijd naar rechts en kroop terug in de zak van
de jas van de vormeloze man die de trap die leidt naar de  ingang
van  het  gebouw  van de Wortel uit Min Een opgeklommen was. Deze
richtte zich nu in zijn volle lengte op, schraapte zijn keel,  en
sprak:

        Lang, lang geleden, op een  stormachtige   dinsdagmorgen,
liep  een  vormeloze  man met loden voeten de trap van het gebouw
van de Wortel uit Min Een op. Op zijn achterhoofd was een  blauwe
strohoed  met  kauwgom vastgelijmd, . .  .
                                              .
                                                .
                                                 .
                                              :-Q


Commentaar is welkom, natuurlijk!


Kees
Thread Navigation

This is a paginated view of messages in the thread with full content displayed inline.

Messages are displayed in chronological order, with the original post highlighted in green.

Use pagination controls to navigate through all messages in large threads.

Back to All Threads